Dirigent

 

De Ulvenhoutse dirigent en zanger Ruben de Grauw (1980) kwam als jong kind al in aanraking met muziek. Zo zong hij vanaf zijn zevende levensjaar bij het Sacramentskoor (Jongenskoor) in Breda en kreeg hij blokfluit-, trompet- en pianoles. Bij de latere hoofdvakdocenten koordirectie Wiecher Mandemaker (Rotterdam) en Louis Buskens (Tilburg) behaalde Ruben zijn Bachelor en Master diploma cum laude. Daarnaast ontving hij gastlessen of masterclasses bij verschillende andere dirigenten, zoals Daniel Reuss, Martin Wright, Hans Leenders, Jos van der Sijde en Arie van Beek.

In 1996 was Ruben betrokken bij de oprichting van Jeugdkamerkoor Plurale Tantum waar hij een paar maanden later dirigent werd. Deze functie bekleedt hij nog steeds bij de Nieuwe Veste in Breda. Tegenwoordig is hij dirigent van Krashna Musika (Het klassieke Delftse Studenten Muziek Gezelschap), Cappella ex Occasione (kamerkoor te Breda) en Consortium Musicum Divertimento Breda (vakantiekoor en -orkest).

Van 2009-2013 was Ruben assistent-dirigent bij het Nederlands Studenten Kamerkoor, waar hij nog met regelmaat invalt. Sinds 1997 bouwde hij een steeds verder groeiende ervaring op met repertoire van de renaissance tot aan de hedendaagse muziek. Hierbij werkte hij met bezettingen voor zowel kamerkoor als groot koor met orkest. Ook werkte hij daarbij met zowel jeugdige als volwassen zangers.

Als tenor volgt hij nu zanglessen bij Joost van der Linden, daarvoor bij Jan Heije, Connie de Jongh en Xenia Meijer. Op incidentele basis zingt Ruben solo (Requiem – Mozart, Vespers – Monteverdi, The Armed Man – Jenkins) en op frequentere basis als koorzanger bij het Laurenscollegium Rotterdam, Rotterdam Symphony Chorus, Studium Chorale en PA’dam.

Sinds enkele jaren is Ruben ook als docent slagtechniek, repetitietechniek & communicatie betrokken bij Stichting Maestro (voorheen de kaderopleidingen van Kunstbalie).

Ruben zoekt graag samenwerking met andere kunstminnende partijen en probeert waar mogelijk concertuitvoeringen aantrekkelijker te maken door middel van een boeiende samenstelling van programma’s en een bijzondere podiumpresentatie gekoppeld aan een hoge uitvoeringskwaliteit. Hij hoopt hiermee een sleutel te vinden die leidt tot verbreding van de interesse voor koormuziek.